Ik moet, ik wil

Gastblog door onze coach Margot Anthoni

Op een zondagochtend van alweer zo’n warme zomerdag ontstaat de inspiratie voor deze blog op mijn keukenvloer. Ik kruip al enkele uren op handen en voeten, en mijn lichaam laat zich voelen. Neen, ik heb geen ernstige fysieke klachten. Ik werk mee in de bouw, aan de renovatie van ons eigen huis, al maandenlang. Naast het uitbesteden van een aantal grote werken, doen mijn man en ik heel wat zelf. We leren, met vallen en opstaan en met veel voldoening. Met bloed, zweet en tranen ook. En net die ochtend zweven mijn gedachten weg.

We wonen in het mooie Haspengouw, langs een van de prachtige fietsroutes die onze streek rijk is. Het is vakantie voor heel wat mensen, en de fietsers rijden in groepjes voorbij. En ik, ik zit op mijn knieën op de vloer. Mijn taak: de keukenvloer invoegen en inwassen. Ik grom tegen mezelf: “Ik wil óók fietsen! Ik wil ook rijden waar de route me heen brengt en stoppen als ik dat wil.” Ik ben stikjaloers. Op de vrijheid van de fietsers, die kunnen gaan en staan waar ze op dat moment willen. En ik, ik moet vloeren. En daarna moet ik verven. En dan de volgende taak. De moed is me net even in mijn schoenen gezakt en dus val ik stil.

“Waar ben ik eigenlijk mee bezig?”, vraag ik me af. En ik maak een gedachtesprong naar sessies waarin ik anderen help om meer grip te krijgen op stress, of hen begeleid in hun loopbaanvragen. Ik besef op dat moment heel goed dat ik eigenlijk helemaal niet wíl fietsen (Ik doe het niet eens zo graag). Misschien is het eerder een zaak van willen ‘willen’? Ken je dat, willen willen? Je ziet een ander iets doen en je wil dat ook willen. 10 km lopen bijvoorbeeld, ik wil willen lopen. Of yogalessen volgen, dat wil ik ook willen. Alleen, nu kan ik niet. Want ik moét verder werken, de vloer moet zo snel mogelijk af. Er zit druk op.

Ik voel de weerstand bij mezelf en word er niet vrolijk van. Ik besluit mezelf even tot de orde te roepen en confronteer mezelf met een belangrijke vraag: “Van wie moet dat dan? Van wie moet ik vloeren, verven of wat ook?”. Deze vraag doet me even stilstaan bij wat ik zelf zeg, daar op vloer, met mijn handen vol cement. Ik stel diezelfde vraag wel eens vaker in loopbaangesprekken en coaching waarin mijn coachee opsomt wat hij allemaal moet, moet, moet. Net zoals ik daar.

Toegegeven, op dat moment is het mijn taak om af te werken waaraan ik begonnen ben. Ik wil trouwens een week later de keuken in gebruik kunnen nemen. Dus eigenlijk moet ik dit afwerken en dat is omdat ik het zelf wil. Ik wil de renovatie verder zetten, we kozen er trouwens zelf voor. En het schiet ook aardig op.

Ik merk aan mezelf dat ik op een kantelpunt ben, ik verbeter mezelf en vervang het moeten ook echt door willen in mijn hoofd. Heb je dat zelf al eens geprobeerd, zin per zin voor willen te kiezen en niet voor moeten? Het werkt écht. Ik zeg het trouwens ook hardop. En ik ervaar een tastbaar verschil. Voor mij keert deze corrigerende gedachte mijn frustratie om in hervonden ijver. Immers, ik wil deze vloer mooi afwerken en ik wil binnenkort een leuke keuken innemen. Zoals de fietsers willen fietsen, wil ik de voldoening van een verbouwd huis. En dus wroet ik verder, steen per steen. Omdat ik het zelf wil.

Pin It on Pinterest